In een brief aan het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving (OFL) beloofd minister Hugo de Jonge voor Volkshuisvestiging dat bewoners een belangrijkere rol krijgen in het aardgasvrij maken van hun wijken.
Deze belofte is gemaakt naar aanleiding van een driejarig onderzoek van het OFL over effectieve vormen van participatie en de rol van bewoners in de transitie naar aardgasvrije wijken. Het onderzoek en advies is kritisch, met als belangrijkste boodschap: stop met het creëren van draagvlak. In plaats van het vergroten van vertrouwen, leidt dit juist tot wantrouwen en weerstand.
In een wijk is er namelijk altijd meer aan de hand dan alleen de technische opgave om woningen aardgasvrij te maken. Bovendien zijn het ingrijpende maatregelen waarbij soms een hele wijk op de schop moet. Focussen op het creëren van bestuurlijke of politiek draagvlak, zonder dat burgers ruimte krijgen om invloed uit te oefenen op de inhoud, en dus hun leefomgeving, voelt dan als schijnparticipatie. Bij het uitrollen van een gekozen strategie moet de relatie tussen bewoners en de initiatiefnemer niet eenzijdig zijn, maar juist gelijkwaardig.
En het toneel veranderd. De initiatiefnemer is niet altijd meer de overheid. Maatschappelijke initiatieven, zoals energie coöperaties en burgerenergie, veranderen ‘de samenwerking tussen bewoners, overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties’, aldus het advies. Dit vraagt om nieuwe omgangsvormen, waarbij het belangrijk is dat de kennis en kunde van bewoners zelf wordt versterkt en hun netwerk en gemeenschapsgevoel wordt vergroot. Maar dit behelst ook het toekennen van voldoende middelen om effectief mee te kunnen beslissen. Geef bewonersinitiatieven de tijd om deze kennis en kunde op te doen. Geef bewonersinitiatieven genoeg geld om een volwaardige partij te worden.
Hoe Hugo de Jonge deze belofte waar gaat maken, is nog onbekend. De aankomende tijd worden verschillende opties verkend om bewonersinitiatieven te ondersteunen en het starten ervan te stimuleren. Onder andere door gemeenten, provincies en waterschappen te verplichten een participatiebeleid op te stellen.
