Energiearmoede zal steeds meer mensen raken

De stijgende energieprijzen zijn voor bijna iedereen een reden tot zorg. Echter zijn het vooral mensen met een lager inkomen die hier nu door worden geraakt, zo blijkt uit cijfers van het Centraal Planbureau (CPB). Mensen met een lager inkomen zien het percentage van hun inkomen dat ze kwijt zijn aan energiekosten sneller stijgen dan mensen met een hoger inkomen. Daar komt bij dat lagere inkomens vaak in slecht geïsoleerde woningen wonen waardoor hun energiekosten sowieso hoger zijn dan gemiddeld. Het besteedbaar inkomen van lage inkomens daalt daardoor snel. En, hoe lager het inkomen, des te sneller is deze daling.

Om deze vorm van energiearmoede tegen te gaan heeft het kabinet een compensatieregeling aangekondigd. Deze compensatie komt neer op 200 euro per huishouden en is alleen beschikbaar voor huishoudens met een inkomen dat op of net boven het sociaal minimum ligt. Er is veel kritiek gekomen op deze regeling. Zo is de compensatie is veel te laag voor de huishoudens die nu kampen met energiearmoede. De gasprijzen zijn bijna verdubbeld. Bovendien wordt de groep die nu net boven de grens zweeft buiten beschouwen gelaten.

De situatie is schrijnend, schrijnender dan op het eerste gezicht lijkt. Volgens het TNO leefde in september vorig jaar 550.000 huishoudens in energiearmoede. Er is sprake van energiearmoede wanneer “een huishouden onvoldoende toegang heeft tot energievoorzieningen in huis”. Deze onvoldoende toegang kan het gevolg zijn van een laag inkomen, maar inkomen is niet de enige indicator. De zogeheten energetische kwaliteit van de woning speelt ook een belangrijke rol. Ongeveer de helft van alle huishoudens woont in slecht geïsoleerde huizen en een aanzienlijk deel van deze groep mist de middelen om zelfstandig te verduurzamen. Hierdoor bevinden huishoudens met een hoger inkomen zich binnenkort mogelijk ook in de gevarenzone. Naar verwachting leeft in 2030 maximaal 1,5 miljoen huishoudens in energiearmoede.

Plaats een reactie